Jazz in Focus 1

Voor het improviseren op akkoordenschema’s van de bekende jazz standards uit het Real Book heb je, buiten goede oren, ook kennis van
akkoordenopbouw en toonladders nodig. In de 10 les units van de delen 1 en 2 van Jazz in Focus leer je stapsgewijs de meest voorkomende progressies te hanteren.

Deze methode is zeer praktisch in gebruik en overzichtelijk opgesteld en bevat buiten de theoretische uitleg ook techniek- en solfège oefeningen om de vele soorten akkoord progressies te begrijpen, te horen en herkennen. Door de oefeningen in deze reeks te bestuderen zul je meer technische en vooral creatieve mogelijkheden ontwikkelen voor improvisaties.

Beluister hier een compilatie van de  meespeel CD-Jazz in Focus deel 1.


Om een indruk te krijgen van het start-niveau
vind je hieronder een sample van les 1.

Eb sax partituur van ‘Hawk Takes Charge’

Bb sax partituur van ‘Hawk Takes Charge’

C fluit partituur van ‘Hawk Takes Charge’

Check@web

In de boeken van Blues in Focus staan in elke les unit verwijzingen naar geluids- en filmfragmenten. Zij hebben betrekking op de muziekstijl en het onderwerp van de betreffende les unit. Het beluisteren / bekijken van de fragmenten zet de lessen in deze methode in een breder perspectief.

– Les Unit 1 –

Coleman Hawkins 1904 – 1959

(bijnaam ‘the Hawk’, of ‘the Bean’)  ontwikkelde als eerste een zeer eigen geluid op de tenorsaxofoon. Hij viel op door zijn sterke robuuste sound en improvisatiestijl.
Samen met zijn tegenhanger Lester Young, die een heel andere speelstijl had, was hij voor lange tijd één van de belangrijkste voorbeelden voor collega saxofonisten.

Een grote doorbraak bereikte C. Hawkins met zijn versie van de ballad  Body & Soul (zie  ‘Jazz in Focus’  deel 2)
Van vele  jazzstandards zoals het hier gebruikte Perdido maakte hij hits.
Met het stuk Perdido kun je de in les unit 1 geleerde akkoord progressie, licks en toonladder verder beoefenen….
Improviseren maar ….!

Iets over het stuk Perdido:

De jazzstandard Perdido (spaans/portugees voor ‘verloren’, onbetamelijk of zelfs ‘ranzig’) is een compositie van trombonist Juan Tizol uit Puortorico. Het werd in 1941 voor het eerst gespeeld door het orkest van Duke Ellington.
Het is een herinnering aan Perdido Street in New Orleans…

Partituren Perdido

Eb.Perdido

Bb.Perdido

C.Perdido

– Les Unit 2 –

Muziek uit Cuba – Cha Cha

Tijdens de jaren `40 ontwikkelden zich in de danszalen van Cuba (Casa de la Trova`s) nieuwe muziekstijlen als de Cha Cha, Mambo ed. Stuwende kracht hierachter was de bassist  Israel `Cacho` Lopez die de traditionele `Danzon` van oost Cuba (Franse invloed!) omvormde tot de snellere Mambo.

In 1949 componeerde Enrique Jorrin het stuk `La Enganadora` met een ritmiek die afgeleid was van de Danzon en gaf het de naam Cha Cha Cha.

De Mambo en Cha Cha werden rond 1955 een echte dansrage in Amerika, met name in New York waar Mambo orkesten speelden van oa. Perez Prado, Machito en Tito Puente.

Trompettist Dizzy Gillespie ging Cubaanse muzikanten in zijn big band gebruiken (conga drummer Chano Pozo) en legde daarmee de hoeksteen  voor  Cubop (een samen voegsel van Cuba en Bebop) valt tegenwoordig onder de meer algemenere term `Latin Jazz`.

Paquito D`Rivera is een goed voorbeeld van een echte Latin jazz saxofonist/klarinettist.

– Les Unit 3 –

Bopscales no. 1

In deze Les Unit leren we de mixolydische toonladder kennen middels een sterk gesimplificeerd akkoordenschema van één van de oudste jazz stukken die we kennen: Sweet Georgia Brown uit 1925.

Het werd, en wordt nog steeds, veel gespeeld tijdens jamsessies: dit omdat de tamelijk lang aangehouden dominant septiemakkoorden de solist de mogelijkheid bied zijn acrobatische toeren en trucks op zijn instrument te tonen.

Vanaf 1930 hebben jazzmuzikanten als Coleman Hawkins, Lester Young, Art Tatum, Charlie Parker, Bud Powel en vele anderen het, zelfs meerdere malen, op de plaat gezet.

Saxofonist Jacky Mclean schreef op dit akkoordenschema een eigen thema -Donna (in medium tempo) en Dig (in fast tempo) en zette dit met het Miles Davis kwintet op de gevoelige plaat.

Het akkoordenschema van Les Unit 3 kom je ook vaak tegen als B gedeelte van een stuk, bijvoorbeeld in:  I`ve Got Rhythm (zie blz. 4)
Reden genoeg om dit akkoordenschema goed in de vingers, of beter nog  “in de oren”,  te krijgen.

– Extra  –

Modale jazz

Modale jazz is jazz gespeeld / geïmproviseerd aan de hand van (kerk) toonladders ofwel “modus”; Dit als een soort tegenbeweging op de bebopstijl.

Gedurende de jaren ’50 was het voor jazzmuzikanten gangbaar te improviseren over een van tevoren vastgesteld (soms zeer ingewikkeld) akkoordenpatroon.
Een aantal jazzmusici meende dat hierdoor de creativiteit aan banden werd gelegd en besloot daarom te experimenteren met modi; het  resulteerde in muziek met een avontuurlijker en opener karakter. Sleutelfiguren in deze stroming waren onder meer Miles Davis en John Coltrane.

Met de opnamen voor het album  Kind of Blue (1959) sloeg trompettist Miles Davis nieuwe wegen in wat betreft visie op akkoordenschema`s en improvisatie. Het gebruik van maar 1 akkoord per 4, soms wel 8 maten, daarover het noten materiaal van een kerk- of andere toonladder gebruikend, gaf de improvisator veel meer creatieve ruimte. De bandbezetting met zwaargewichten als tenorsaxofonist John Coltrane en altsaxofonist Julian “Cannonball” Aderley  maakt de CD Kind Of Blue tot een klassieker. Het was het startpunt van modale jazz en één van de  hoogtepunten in de carrière van Miles Davis.

John Coltrane zette het “modale” experiment van Miles Davis voort in zijn eigen kwartet met stukken als Afro Blue, Imressions,  Mr.P.C. en vele andere stukken…..
Zijn grote instrumentale technische vaardigheid en kennis van veel verschillende modus resulteerde in wat Miles noemde “sheeds of sound”. Tijdens de opnames van Impressions en Afro Blue is al de grote spirituele doorleeftheid te horen die in Coltranes solo`s en persoonlijke leven een steeds grotere plaats in zouden gaan nemen. Coltrane was altijd aan het studeren op zijn tenorsaxofoon (zelfs in de pauzes tussen de sets in….) bestudeerde meditatie technieken, godsdienst en muziektheorie.

Oliver Nelson (Saint Louis 1939 – saxofonist) was een van de weinigen die zijn stukken vierstemmig arrangeerde (meestal tot 3 stemmen) en vond klanken / orkestraties uit die goed bij het modale idioom paste. Het stuk “Modal Confessions” uit Jazz in Focus 1  is gebaseerd op het stuk Stolen Moments van het album  “The Blues and the Abstract Truth” waarmee Oliver Nelson zijn eerste doorbraak maakte als bandleider. In 1979 verhuisde Oliver N. naar Los Angeles en legde zich toe op het componeren van muziek voor film en TV-series zoals: Columbo, de  man van 6 miljoen, en Death of a Gunfighter.

– Les Unit 4 –

Bossa Nova

In de ’50er jaren ontstaat in Brazilië vanuit de langzame Samba de Bossa Nova;
Denk bij Samba aan de snelle dansritmes bij carnavals optochten in Rio de Janeiro!  Deze ontwikkelde zich naar de langzamere Samba-cansâo.

Grondlegger van de bossanova-stijl is de Braziliaanse gitarist, zanger en componist Joaõ Gilberto, die in de eerste plaats de composities van Antonio Jobim (Girl from Ipenema) een meerwaarde gaf en ze naar een groot publiek bracht.

Vooral toen de twee Brazilianen gingen samenwerken met Noord Amerikaanse jazz muzikanten als Stan Getz (LP Jazz Samba), Cal Tjader en Cannonbal Adderley  waren de successen in commercieel opzicht zeer groot.

Het album “Double Rainbow” was bedoeld als samenwerkings project tussen Antonio Jobim en saxofonist Joe Henderson. Toen Jobim vroegtijdig overleed in 1995 besloot Joe Henderson zelf de arrangementen te maken van de composities van Jobim; Dit resulteerde in een zeer geslaagde “tribute” CD aan Antonio Jobim.

Veel jazz musici zagen de populariteit van de Bossa Nova in en maakten hun eigen composities met deze groove: Cannonball Adderley met Jive Samba, Wayne Shorter met El Gaucho en Joe Henderson met Blue Bossa.

– vervolg les unit 3 –

– Bebop lives!! –

Het stuk “Skip-Jack”  -blz. 29 van Jazz in Focus 1-  is duidelijk geïnspireerd op de Bebop-sound van Dizzy Gillespie (1917/`93) en Charlie Parker (1920/`55).

Bebop (de nieuwe jazz) ontstond rond 1940 in New York tijdens de Tweede Wereldoorlog. In veel opzichten was de oorlog een ramp voor de muziekindustrie, die tevens  had te maken met een boycot van twee jaar (1942/`44) op het opnemen en uitbrengen van instrumentale muziek door de Amerikaanse muzikantenvakbond vanwege een geschil over royalty`s; Hierdoor is van de vroegste bebop-uitvoeringen helaas weinig tot niets op band vastgelegd.

De Bigbandmuziek gaf in de Amerikaanse hitlijsten van de 40`er jaren nog steeds de toon aan, maar een aantal, met name zwarte jazzmuzikanten, zochten naar een eigen nieuwe  identiteit in hun muziek. Er ontstond muziek met complexe akkoordenreeksen waarover  razendsnelle thema`s en solo`s gespeeld werden. Deze muziek is kwa technische vaardigheid en theoretische kennis niet alleen een uitdaging voor  muzikanten, maar vroeg / vraagt ook veel van de luisteraar. De bezetting van een doorsnee bebop-band was in tegenstelling tot de bigbands vrij klein: een ritme sectie van piano, bas, drums plus trompet en saxofoon; Zo`n kleine bezetting betekende dat meer ruimte overbleef voor de solisten!

De nieuwe jazz onstond in de clubs rond 52  street New York, waar jazzmuzikanten samen kwamen voor jamsessies. Zo ook de nog jonge (alt)saxofonist charlie Parker uit Kansas City die in 1939 meedeed aan de jamsessies in Monroe`s Uptown House; Hij had al een heel eigen speelstijl ontwikkeld van een messcherpe sound, lange lijnen over veel akkoordwisselingen afgewisseld met zeer snelle fragmenten. In 1943 sloot Parker zich aan bij de bigband van Earl Hines in New York, waarin ook Dizzy Gillespie speelde.
De 3 volgende jaren van samenwerking tussen de twee muzikanten zijn eigenlijk de aanzet en meteen het hoogtepunt van de Bebop geweest. De twee blazers hadden een ongelofelijke muzikale chemie met elkaar, de energie spatte ervan af, luister maar eens naar de eerste echte “Bebop” composities van Gillespie – Night in Tunesia, Hot House, Bebop, Dizzy Atmosphere en Grooving High.

De stijl van Charlie “Bird” Parker vond al snel navolging. Er waren maar weinig saxofonisten die niet iets, al was het maar een vleugje, mee kregen van de snelle, technische, frivole, barokke speelstijl van Parker. Voorbeelden van andere saxofonisten die als vaandeldrager voor de Bebop gelden zijn: Sonny Stitt, Sonny Rollins, Jackie Mclean en Phill Woods.

Over het leven van Charlie Parker is een film gemaakt door Clint Eastwood. Het geeft een duidelijk tijdsbeeld weer waarin de Bebop is ontstaan.

– Les Unit 5 –

Fusion

Fusion betekend eigenlijk letterlijk het samengaan van twee of meerdere muziekstijlen.
In de jaren `60 toen de Popmuziek de Jazz volledig had overschaduwd gingen veel jazzmuzikanten uit commercieel oogpunt de meer populaire muziekstijlen integreren. Hieruit ontstond veelal instrumentale muziek met melodische lijnen, ruimte voor improvisatie en nieuwe grooves uit de Soul, Pop, Funk ed.